Actuariële gelijkwaardigheid

Actuariële gelijkwaardigheid betekent dat de waarde van de verwachte pensioenuitkeringen vergelijkbaar moet zijn. De systematiek is aangepast om beter aan te sluiten bij premieregelingen.

Belangrijke wijzigingen:

  • Kwalitatieve toetsing: ook hier is kwalitatieve toetsing mogelijk als beide partijen instemmen. Dit voorkomt vaak wisselen van pensioenuitvoerder bij kleine aanpassingen van de netto-spaarpremie.
  • Horizon: er wordt rekening wordt gehouden met een horizon van 100 jaar (in plaats van 35 jaar), wat een realistischer beeld geeft.
  • Solidariteits- en risicodelingsreserves: deze worden buiten beschouwing gelaten.
  • Keuzemogelijkheid voor een vaste uitkering en shoprecht: deze worden buiten beschouwing gelaten.
  • Variabele uitkering: als het bedrijfstakpensioenfonds een variabele uitkering als default optie aanbiedt, zal deze het uitgangspunt zijn in de vergelijking.
  • Leenrestrictie: het opheffen van de leenrestrictie wordt gezien als onderdeel van het beleggingsbeleid; er wordt meer risico genomen voor jongeren.
  • Beleggingsbeleid: bij de toetsing wordt gekeken naar het daadwerkelijke beoogde beleggingsportefeuille van werkgever en fonds, optioneel ook inclusief de  lifecyclekeuzes van deelnemers. Beiden moeten aannemelijk maken dat u een bepaald beleggingsbeleid gaat voeren, bijvoorbeeld door een bepaalde default vast te stellen of aan te tonen dat een aanzienlijk deel van uw populatie voor een bepaalde lifecycle kan kiezen (bijv. op basis van hun risicohouding). De werkgever kan hiertoe onderbouwd aansluiten bij bestaande risicopreferentieonderzoeken van bedrijfstakpensioenfonds of verzekeraar, en op basis daarvan aantonen dat een bepaalde lifecycle passend is voor deelnemers.
  • Vrijwillige pensioensoorten: deze  worden niet meegenomen in de toetsing op actuariële gelijkwaardigheid
  • Compensatie: alleen premie-gebaseerde compensatie telt mee, tenzij gebruik wordt gemaakt van eerbiedigende werking.
  • Grondslagen: deze zijn geactualiseerd, waaronder sterftekans, rendement, inflatie, invaliditeit en ontslagkansen.

Deze aanpassingen zorgen voor een realistische en transparante vergelijking van pensioenuitkomsten.