Wat verandert er na de transitie?

Vanaf het moment dat zowel de vrijgestelde werkgever als het bedrijfstakpensioenfonds een Wtp-regeling uitvoeren, gelden de nieuwe regels voor berekening van financiële en actuariële gelijkwaardigheid. Als u gebruikmaakt van eerbiedigende werking, dan geldt het moment dat uw vlakke premieregeling ingaat als het ‘transitiemoment’. Let wel op dat dan zowel de pensioenregeling voor bestaande werknemers als de pensioenregeling voor nieuwe werknemers moeten voldoen aan de voorwaarden van financiële en actuariële gelijkwaardigheid.

Wat betekent dit voor u?

  • Uw regeling wordt opnieuw getoetst op zowel financiële als actuariële gelijkwaardigheid, maar volgens de nieuwe grondslagen. De nieuwe richtlijnen voor financiële gelijkwaardigheid en actuariële gelijkwaardigheid vindt u hier.
  • Bij een vrijstelling op basis van onvoldoende beleggingsperformance hoeft de werkgever niet langer “dezelfde aanspraken” te bieden, maar wel “gelijkwaardige aanspraken”. De nadere invulling daarvan vindt u hier.
  • Als u gebruikmaakt van de eerbiedigende werking, dan geldt het moment dat uw vlakke premieregeling ingaat als het transitiemoment.
  • Let wel op dat dan beide pensioenregelingen moeten voldoen aan de voorwaarden van financiële en actuariële gelijkwaardigheid.

Wat moet u doen?

  • Controleer of uw regeling op tijd voldoet aan de nieuwe eisen voor gelijkwaardigheid.
  • Informeer het bedrijfstakpensioenfonds tijdig over uw nieuwe pensioenregeling. Begin het traject voor de wijziging van uw pensioenregeling zo snel mogelijk.
  • Zorg dat uw regeling uiterlijk vóór 1 januari 2028 is aangepast en voldoet aan de nieuwe criteria.
  • Let goed op bij het gebruikmaken van eerbiedigende werking als u later alsnog geheel overstapt op een vlakke premieregeling. Ook dan moeten beide pensioenregelingen voldoen aan de eisen van gelijkwaardigheid.