Overbruggingsplan

Voor het pensioenfonds ontstaat een overgangsfase vanaf de inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen tot het moment van overstap/ het invaren van de bestaande pensioenaanspraken en -rechten naar de nieuwe pensioenregeling. Gedurende deze overgangsfase wordt het huidige financieel toetsingskader tijdelijk aangepast voor pensioenfondsen die voornemens zijn in te varen. Deze pensioenfondsen kunnen gebruik maken van het transitie-ftk. 
Als een pensioenfonds gebruik wenst te maken van het transitie-ftk dient het pensioenfonds jaarlijks – ongeacht de dekkingsgraad - een overbruggingsplan in te dienen bij DNB. Het pensioenfonds kan dan, voor zover relevant, afzien van het jaarlijks indienen van een herstelplan.

Beschrijving en onderbouwing overbruggingsplan

Het pensioenfonds dient een concreet en haalbaar overbruggingsplan op te stellen. In het overbruggingsplan beschrijft het pensioenfonds de financiële situatie van het pensioenfonds gedurende de transitieperiode tot het moment van invaren. Uitgangspunt van de beschrijving is de dekkingsgraad van het pensioenfonds op 31 december van het voorgaande jaar.

Hieronder is eerst tekstueel en vervolgens in een afbeelding opgenomen wat het pensioenfonds in het overbruggingsplan dient te beschrijven en onderbouwen. 

  • Verwachting invaren:
    Ingeval het pensioenfonds nog geen implementatieplan heeft ingediend onderbouwt het pensioenfonds de verwachting dat zal worden ingevaren.
  • Belang fondsdeelnemers:
    Het pensioenfonds onderbouwt dat het indienen van een overbruggingsplan in het belang is van de (gewezen) deelnemers, pensioengerechtigden en andere aanspraakgerechtigden.
  • Invaardekkingsgraad:
    Het pensioenfonds onderbouwt hoe de invaardekkingsgraad is vastgesteld en beschrijft de voorziene ontwikkeling van de technische voorziening en de waarden gebaseerd op een deterministische analyse op basis van een dekkingsgraadsjabloon. Daarbij benoemt het pensioenfonds de concrete (genomen) maatregelen waardoor het eigen vermogen binnen de looptijd van het overbruggingsplan op de invaardekkingsgraad komt. Het pensioenfonds houdt steeds rekening met de toeslagverlening en overige verplichtingen en geeft aan in welke mate financiële en economische ontwikkelingen gedurende de looptijd van het overbruggingsplan invloed hebben op de financiële positie van het pensioenfonds. 
  • Premiedekkingsgraad:
    Het pensioenfonds onderbouwt hoe de premiedekkingsgraad bijdraagt aan de financiële positie van het pensioenfonds.
  • Generatie-effecten:
    Het pensioenfonds onderbouwt hoe rekening is gehouden met generatie-effecten in termen van netto-profijt die ontstaan door het gebruik van het transitie-ftk.
    • Bij de vereiste generatie-effecten in termen van netto-profijt, wordt de vba-rekenmethodiek gehanteerd. Het netto-profijt effect van het transitie-ftk, wordt berekend door het netto-profijt van het ongewijzigd voortzetten van de pensioenovereenkomst dan wel beroepspensioenregeling af te zetten tegen het netto-profijt dat ontstaat door gebruik van het transitie-ftk. Het resultaat van het netto-profijt wordt uitgedrukt als percentage van de marktwaarde van te verwachte pensioenuitkeringen bij het ongewijzigd voortzetten van de pensioenovereenkomst dan wel beroepspensioenregeling. Daarnaast dienen alle contractelementen die van invloed zijn op de hoogte van pensioenuitkeringen en premie tot uitdrukking te komen in de netto-profijt effecten.
    • Deze onderbouwing dient alleen te worden opgenomen in het eerste overbruggingsplan dat wordt ingediend vóór het implementatieplan en vervolgens in het eerste overbruggingsplan nadat het implementatieplan is ingediend.
  • Niet langer gebruik transitie-ftk:
    Het pensioenfonds onderbouwt hoe zal worden voldaan aan de vereisten van het minimaal vereist eigen vermogen en het vereist eigen vermogen indien het pensioenfonds niet of niet meer gebruik maakt van het transitie-ftk.

De sjablonen en de toelichting op de overbruggingsplannen zijn door DNB gepubliceerd op de verzamelpagina transitie wet toekomst pensioenen van DNB. De informatie over het overbruggingsplan vindt u via deze link.

Intern proces

Het pensioenfonds heeft jaarlijks de goedkeuring nodig van het belanghebbendenorgaan voor elk voorgenomen besluit met betrekking tot de vaststelling van het overbruggingsplan. Ingeval van een verantwoordingsorgaan moet het pensioenfondsbestuur het verantwoordingsorgaan jaarlijks in de gelegenheid stellen advies uit te brengen over de vaststelling van het overbruggingsplan.
Het intern toezicht heeft een belangrijke taak bij het onderdeel over de evenwichtige belangenafweging door het pensioenfonds en ziet toe op de besluitvorming bij invaren en houdt toezicht op de risicobeheersing door het pensioenfonds.

Informeren pensioenfondsdeelnemers overbruggingsplan

Het pensioenfonds dient de pensioenfondsdeelnemers tijdig te informeren over het overbruggingsplan en de onderbouwing daarvan. Het pensioenfonds kan de informatie verstrekken of ter beschikking stellen.

Tijdlijn

Tot het moment van overstappen op het nieuwe pensioenstelsel dient het pensioenfonds bij gebruik van het transitie-ftk jaarlijks een overbruggingsplan ter instemming aan DNB voor te leggen. Het pensioenfonds dient het overbruggingsplan uiterlijk op de volgende momenten in: 

  • 2024, 2025: 1 juli  
  • 2026: 1 april 

Na inzending dient DNB binnen 8 weken een besluit te nemen. De 8 weken-termijn kan door DNB worden verlengd of opgeschort. 
 

Niet langer gebruik van transitie-ftk

Een pensioenfonds dat na één of meer jaren overbruggingsplannen te hebben ingediend, in een jaar in plaats van een overbruggingsplan een herstelplan indient bij toezichthouder, doet dit binnen drie maanden na het moment dat het pensioenfonds het overbruggingsplan had moeten indienen.