Fiscaal kader (tot aan 2037 en daarna)

Fiscaal kader (tot aan 2037 en daarna)

Het opbouwen van pensioen wordt fiscaal gefaciliteerd. Zo wordt de ingelegde premie niet belast en is het opgebouwde kapitaal vrijgesteld van vermogensrendementsbelasting. Er moet belasting worden betaald over de pensioenuitkering, wat meestal voordeliger is.

De fiscale facilitering is begrensd. Er geldt een maximum fiscaal opbouwpercentage. Verder mag wie meer verdient dan 112.189 euro per jaar (2021) boven dat bedrag pensioen opbouwen, maar dan is de premie wel belast. Ook aan de onderkant is er sprake van een begrenzing. De eerste ongeveer 13.000 euro van je salaris telt niet mee voor de pensioenopbouw. De AOW is daarvoor al geregeld. Dat heet de franchise.

Met het nieuwe pensioenstelsel zal ook het fiscale kader veranderen. In het nieuwe stelsel is niet de opbouw, maar de pensioenpremie het uitgangspunt. Het nieuwe pensioenstelsel gaat uit van een maximale premie die je mag gebruiken om pensioen op te bouwen zonder dat je daar belasting over betaalt. Dat is nu vastgesteld op maximaal 30 procent van de pensioengrondslag (het deel van je salaris boven de franchise).