In het pensioenakkoord is afgesproken dat een evenwichtige overstap vergt dat het nadeel voor betreffende deelnemers adequaat en kostenneutraal wordt gecompenseerd.
Bij het bepalen van een mogelijk nadeel kan een onderscheid worden gemaakt tussen de financiële effecten van de transitie voor groepen deelnemers als gevolg van
Afschaffing van de doorsneesystematiek
Bij de overgang van gelijke opbouw voor alle deelnemers (huidige systeem op basis van doorsneesystematiek) naar het nieuwe systeem op basis van een leeftijdsonafhankelijke premie, komen werknemers tussen 40 en 50 jaar oud pensioenopbouw tekort. De wijziging van de opbouwsystematiek is het meest ongunstig voor werknemers in de leeftijd van 40-50 jaar die ongeveer halverwege hun loopbaan zijn: zij hebben de eerste helft van hun loopbaan ‘te weinig’ opbouw gekregen voor hun inleg, maar gaan in de tweede helft van hun loopbaan niet meer ‘teveel’ opbouw krijgen. Voor gepensioneerden blijft het pensioen gelijk, maar kan wel meebewegen met de economische omstandigheden in geval van een variabele uitkering.
Onderstaande afbeelding laat dit schematisch zien.
Om te voorkomen dat bepaalde leeftijdsgroepen worden benadeeld, is in het pensioenakkoord afgesproken dat een evenwichtige overstap naar het vernieuwde pensioenstelsel vergt dat eventueel nadeel voor betreffende deelnemers adequaat en kostenneutraal wordt gecompenseerd.
De vraag is of en zo ja in welke mate de deelnemers in de leeftijdsgroep van 40 – 50 moeten worden gecompenseerd. De omvang van compensatie is onder andere afhankelijk van de stand van de rente.
Let op: bij het toepassen van de eerbiedigende werking – d.w.z. het toepassen van de progressieve premie voor bestaande deelnemers – komt zonder verdere afspraken de transitie voor risico van de deelnemer. Immers het nadeel van de overstap op een vlakke leeftijdsonafhankelijke premie vindt in dat geval pas plaats bij baanwissel (of einde regeling) en op dat moment hoeven er geen compensatiemaatregelen te bestaan. Het is aan sociale partners om dit vraagstuk mee te nemen in de beoordeling van de evenwichtigheid.
De transitie naar een pensioenregeling onder het vernieuwde pensioenstelsel bij invaren
De omvang van het eventuele nadeel hangt ook samen met de voordelen die het vernieuwde pensioenstelsel biedt bij invaren. Het vernieuwde pensioenstelsel schaft de huidige FTK-buffereisen af. Dit betekent dat een pensioenfonds bij invaren minder reserves in kas hoeft te houden.
Door de overstap op het nieuwe pensioencontract kunnen pensioenen naar verwachting eerder worden verhoogd. Dit komt doordat rendement eerder zal worden uitgekeerd. Nu gaat een belangrijk deel van het rendement nog in opbouw van buffers. Voor gepensioneerden en de meeste werknemers heeft dit een positief effect: hun pensioen zal naar verwachting hoger zijn bij de nieuwe contracten.
Voor de beoordeling van de evenwichtigheid en de vraag of compensatie nodig is, gaat het om de combinatie van het afschaffen van de doorsneesystematiek en de nieuwe regels om rendement toe te delen. Uit berekeningen van het CPB en 13 pensioenfondsen bleek dat het verwachte pensioen van de groep 40-50 jarigen door deze twee effecten per saldo hoger zal zijn. Dan is geen compensatie nodig. Soms kan het echter toch zo zijn dat een bepaalde leeftijdsgroep toch een nadeel heeft. Dan kunnen extra maatregelen genomen worden om deze groep adequaat te compenseren. Het uitgangspunt is kostenneutraliteit.
De combinatie van het effect van het afschaffen de doorsneepremie én het effect door de overstap naar het vernieuwde pensioenstelsel is in onderstaande afbeelding weergegeven:
Beeld: © VNO-NCW
Let op: of het nadeel van het afschaffen van de doorsneesystematiek ook daadwerkelijk deels kan worden gedempt door het eenmalig vrijvallen van de buffers bij invaren, hangt onder andere samen met de dekkingsgraad op het moment van invaren én de keuzes die het pensioenfonds maakt in de mate van indexatie aan verschillende leeftijdsgroepen. Dit laatste binnen de ruimte die het besluit voor verruiming van de indexatiemogelijkheden voor 2022 biedt.
Let op: het eenmalig vrijvallen van de buffers is alleen bij het invaren van bestaande pensioenaanspraken en -rechten. Als niet wordt ingevaren, blijft voor bestaande pensioenaanspraken en -rechten het huidige FTK gelden en dus ook de bestaande buffervereisten.