Of bepaalde deelnemersgroepen nadeel ondervinden, kan worden berekend aan de hand van het verwachte pensioen voor en na de overstap en/of het maken van (profijt) berekeningen. Daarbij de gehele transitie in beschouwing wordt genomen. Deelnemers die onevenredig nadeel ondervinden van de afschaffing van de doorsneesystematiek in hun te verwachten pensioenresultaat, dienen daarvoor adequaat (en kostenneutraal) gecompenseerd te worden. De invulling van de term onevenredig nadeel is aan sociale partners. Bij de vormgeving van de compensatie moet verboden onderscheid op grond van leeftijd of geslacht uiteraard worden voorkomen. Sociale partners bepalen wanneer sprake is van een evenwichtige transitie en of dit expliciete compensatie voor bepaalde leeftijdsgroepen vereist.
Het wetsvoorstel biedt dus ruimte voor maatwerk, maar binnen de volgende kaders:
- Wat te compenseren? - Compensatie ziet alleen op de gemiste toekomstige pensioenopbouw als gevolg van het afschaffen van de doorsneesystematiek. Het eventuele nadeel kan wel worden gedempt door de voordelen die de transitie biedt bij invaren (het eenmalig vrijvallen van de buffers) en deze gericht in te zetten.
- Wie te compenseren?
- Actieve deelnemers - Compensatie van de afschaffing van de doorsneesystematiek ziet op gemiste toekomstige pensioenopbouw. Dit betekent dat voor de bepaling van de doelgroepen en de hoogte van de compensatie alleen naar de toekomst hoeft te worden gekeken: compensatie is alleen gericht op actieve deelnemers. Wie geen pensioen opbouwt, wordt door de afschaffing van de doorsneesystematiek niet geraakt.
- Per leeftijdscohort - De compensatie dient te worden toegekend per leeftijdscohort. Het individueel vaststellen van nadeel en compensatie is niet uitvoerbaar. De omvang van het cohort wordt door sociale partners in overleg met het pensioenfonds vastgesteld.