Minister Vijlbrief (SZW) geeft antwoord op vragen over de kwantitatieve analyse van de effecten van additionele koopkrachtinstrumenten. De Eerste Kamerfractie 50PLUS had deze vragen gesteld in een verslag van een schriftelijk overleg (VSO) met de minister.

Eén van de doelstellingen van de Wet toekomst pensioenen is meer perspectief op een koopkrachtig pensioen. In de beantwoording geeft de minister aan dat daarbij een afweging moet worden gemaakt tussen het jaar-op-jaar kunnen volgen van de inflatie tegenover op de lange termijn een hogere uitkering kunnen bieden waarbij het patroon van de feitelijke inflatie minder goed wordt gevolgd jaar-op-jaar.

Elke doelstelling kent hierbij haar eigen afruil. Er is geen sprake van een zogeheten ‘free lunch’. Er zal altijd een afruil zijn tussen het beter volgen van de feitelijke inflatie en meer beleggingsrisico, een lagere startuitkering of meer herverdeling.

De keuze voor een of meerdere varianten is nu nog niet opportuun. Elk van de varianten heeft voor- en nadelen. Er is niet een variant die evident het beste scoort. De varianten dienen daarbij nog verder te worden bezien op uitvoeringsaspecten en op welke wijze de nadelen kunnen worden gemitigeerd. Wanneer hier een beter beeld over is, kan worden gewogen om al dan niet een of meerdere varianten wettelijk uit te werken.